2.9.3
Cavitatie
Te lange leidingen verhogen de weerstand. Daardoor bestaat het
gevaar van cavitatie.
Controleer of de zuigleiding dicht is.
De maximale lengte van de leiding in acht nemen.
Pomp alleen inschakelen bij half geopende afsluiters aan de
perszijde.
Afsluiters aan de zuigzijde volledig openen.
2.9.4
Oververhitting
Onderstaande factoren kunnen leiden tot oververhitting van de
pomp:
•
Te hoge druk aan de perszijde.
•
Verkeerd ingestelde motorbeveiligingsschakelaar.
•
Te hoge omgevingstemperatuur.
Stel de pomp niet in bedrijf met gesloten afsluiters. Minimale
capaciteit 10 % van Q
Bij pompen met een draaistroommotor, de motorbeveiligings-
schakelaar installeren en correct instellen.
Zorg dat de toegestane omgevingstemperatuur van 40 °C
niet wordt overschreden.
2.9.5
Drukstoten
Snelsluitende afsluiters kunnen drukstoten veroorzaken die vele
malen hoger zijn dan de toegestane huisdruk van de pomp.
Drukstootdempers of windhelm inbouwen.
Vermijd bruusk sluitende armaturen c.q. sluit deze langzaam.
2.9.6
Blokkeren van de pomp
Vuildeeltjes in de zuigleiding kunnen de pomp verstoppen en
blokkeren.
Pomp niet zonder filtermandje respectievelijk handgreep voor
filtermandje in bedrijf nemen.
Controleer voor ingebruikname en na een langere periode
van stilstand of opslag dat de pomp soepel loopt.
2.9.7
Lekkage-afvoer
Onvoldoende afvoer van lekwater kan de motor beschadigen.
Zorg dat de lekkage-afvoer tussen pomphuis en motor niet is
verstopt of afgedicht.
06|2021
.
max
Veiligheid
NL 13