NEDERLANDS
Vergeet niet dat het merendeel van de pannes en defecten te wijten is
aan onregelmatig of niet goed aangezette bouten en moeren.
Controleer het aandraaimoment opnieuw na een korte
werkingsperiode.
Het is raadzaam de geοnstalleerde trilmachine te bevestigen aan een stalen
veiligheidskabel met een gepaste diameter en lengte, om de trilmachine
ingeval van een accidenteel loskomen op te vangen met een maximale
valafstand van 15 cm (6") (Afb. 11, pag.8).
Opgelet: Voer geen solderingen uit aan de structuur wanneer de
trilmachine gemonteerd en aangesloten is. De soldering kan schade
toebrengen aan de wikkelingen en lagers.
3.2 ELEKTRISCHE AANSLUITING (Afb. 12, pag.8)
De geleiders van de voedingskabel voor de aansluiting van de trilmachine
op het elektriciteitsnet moeten een gepaste diameter hebben, zodat
de stroomdichtheid in elke geleider niet meer bedraagt dan 4 A/mm2.
Een van deze geleiders dient uitsluitend voor de aardaansluiting van de
trilmachine.
De doorsnede van de geleiders moet ook aangepast zijn in functie van de
lengte van de gebruikte kabel, om langsheen de kabel geen spanningsverlies
te veroorzaken die groter is dan de waarden voorgeschreven door de
wetgeving terzake.
Het is evenzo raadzaam gebruik te maken van soepele kabels met een
buitendiameter die overeenkomt met de aanduidingen in de tabel met
«Technische kenmerken» om borg te staan voor de perfecte dichtheid van
de kabelklem van de klemmenstrook op de voedingskabel.
3.3 AANSLUITSCHEMA'S KLEMMENSTROOK
OPGELET: In de klemmenkast bevindt zich een getropicaliseerde
schroef met een plaatje met het symbool (Afb. 13, pag.8). Deze
schroef, die fungeert als aardconnector van de trilmachine, wordt
gekoppeld aan de geel-groene geleider (alleen groen voor de VS) van
de voedingskabel.
In de klemmenkast zit het verbindingsschema. Het te gebruiken schema
is het schema met de referentie die overeenkomt met de referentie op het
typeplaatje.
OPGELET: Voor de trilmachines ITV-VR zijn de elektrische aansluiting
en de regeling van de massa's verbonden met het variatiebereik van
de gekozen frequentie (pag. 86).
SCHEMA 2A (Afb. 14, pag.8)
A) Laagste spanning
B) Hoogste spanning
C) Voedingsnet
SCHEMA 2C (Afb. 15, pag.9)
A) Laagste spanning
B) Hoogste spanning
C) Voedingsnet
SCHEMA 2D (Afb. 16, pag.9)
C) Voedingsnet
SCHEMA 5A (Afb. 17, pag.9)
A) Laagste spanning
B) Hoogste spanning
C) Voedingsnet
E) Controle-apparatuur
SCHEMA 5B (Afb. 18, pag.9)
A) Laagste spanning
B) Hoogste spanning
C) Voedingsnet
E) Controle-apparatuur
∆ driehoek
Y ster
YY dubbele ster
Y ster
∆ driehoek
Y ster
D) Thermistor
YY dubbele ster
Y ster
D) Thermistor
NEDERLANDS
SCHEMA 1A (Afb. 19, pag.9)
C) Voedingsnet
Voor de ENKELFASIGE aansluiting.
SCHEMA 1B (Afb. 20, pag.9)
C) Voedingsnet
Voor de ENKELFASIGE aansluiting.
SCHEMA 1E (Afb. 21, pag.9)
C) Voedingsnet
Voor de ENKELFASIGE aansluiting.
OPMERKING: De eenfasige trilmachines worden geleverd zonder
condensator, die door de gebruiker aangebracht moet worden in een
trilvrije zone. Op het typeplaatje staat de capaciteit van de te gebruiken
condensator (CAP.μF), waarbij de aanduiding 10 bijvoorbeeld betekent
dat een condensator van 10μF gebruikt moet worden, terwijl de
aanduiding 32/12 betekent dat voor de start 32μF en voor het normaal
bedrijf 12μF vereist zijn.
3.4 BEVESTIGING VAN DE VOEDINGSKABEL AAN
DE KLEMMENSTROOK VAN DE TRILMACHINE
Voor de uit te voeren handelingen, de hieronder aangegeven volgorde
naleven.
Steek de voedingskabel door de kabelgoot van de klemmenstrook (A Afb.
22, pag.9).
Maak voor de aansluitingen altijd gebruik van kabelschoenen met oog
(B Afb. 22, pag.9).
Vermijd uitrafelingen die onderbrekingen of kortsluiting kunnen
veroorzaken (A Afb. 23, pag.9).
Denk er altijd aan de voorziene ringetjes aan te brengen vòòr de moeren
(B Afb. 23, pag.9), om te voorkomen dat deze laatste loskomen en een
onzekere aansluiting op het net veroorzaken, met mogelijke schade
tot gevolg.
Leg de geleiders van de kabel niet over elkaar (Afb.24, pag.9).
Voer de aansluitingen uit volgens de bijgeleverde schema's en draai de
kabelgoot volledig vast (A Afb. 25, pag.9).
Breng de draadplug aan en zorg ervoor dat deze de geleiders goed aandrukt.
Monteer het deksel en wees voorzichtig de pakking niet te beschadigen
(B Afb. 25, pag.9).
3.5 KOPPELING VAN DE VOEDINGSKABEL AAN HET
ELEKTRICITEITSNET
De voedingskabel wordt gekoppeld aan het elektriciteitsnet
door een vakbekwaam installateur en volgens de geldende
veiligheidsvoorschriften.
De aardaansluiting van de trilmachine (groene geleider in de VS) is
verplicht.
Controleer altijd of de spanning en de frequentie van het net
overeenkomen met de waarden op het typeplaatje van de trilmachine,
vooraleer de voeding tot stand te brengen (Afb. 26, pag.9).
Alle trilmachines moeten aangesloten worden op een gepaste externe
beveiliging tegen overbelasting, volgens de geldende normen.
Wanneer de trilmachines in paar geοnstalleerd worden, is het belangrijk dat
elk van hen beschikt over een eigen externe beveiliging tegen overbelasting
en dat deze beveiligingen onderling geblokkeerd zijn. Ingeval van een
accidentale stillegging van de trilmachine, waarbij de voeding naar de twee
trilmachines immers gelijktijdig onderbroken, wordt op die manier de uitrusting
waarop ze aangebracht zijn niet beschadigd (Afb. 27, pag.10). De schema's
A en B (pag. 106) zijn voorbeelden van vermogens- en stuurcircuits voor
44
F) Voor het omwisseln van de draairichting
F) Voor het omwisseln van de draairichting
F) Voor het omwisseln van de draairichting