Daarom mag uitsluitend een onbeschadigde, vak-
kundig gemonteerde hydraulische pomp voor de
beoogde doelen worden gebruikt. Schaeffler advi-
seert dringend reparaties uitsluitend door vakkun-
dig personeel te laten uitvoeren, zie ook hoofdstuk
"Storingen verhelpen".
Beschermingsuitrusting
De persoonlijke beschermingsuitrusting dient het
personeel te behoeden voor gezondheidsrisico's.
Bij de inbedrijfstelling, het gebruik van de hydrauli-
sche pomp voor de montage en demontage van
wentellagers en bij werkzaamheden aan de hydrau-
lische pomp moet de persoonlijke beschermingsuit-
rusting worden gebruikt.
De persoonlijke beschermingsuitrusting bestaat uit
veiligheidsschoenen, veiligheidshandschoenen en
een veiligheidsbril.
Bij de door perslucht aangedreven pomp
PUMP1000-5L-AIR is bovendien gehoorbescher-
ming noodzakelijk.
Veiligheidsvoorschriften
De onderstaande veiligheidsvoorschriften moeten
tijdens werkzaamheden met de hydraulische pomp
in acht worden genomen. Meer informatie over risi-
co's en specifieke aanwijzingen voor de werkwijze
vindt u in de beschrijvingen voor het gebruik van de
hydraulische pomp, M1 – M5 u43.
Veiligheidsvoorschriften voor hydraulische moeren
vindt u in de gebruikershandleiding van de hydrau-
lische moeren; naar Schaeffler-hydraulische moe-
ren HYDNUT ut BA 04.
Transport, omgevingsomstandigheden
De pomp mag uitsluitend aan de daarvoor bestem-
de handgrepen (bij handpompen: vergrendelde
handgreep, bij voetpomp: extra handgrepen) wor-
den gedragen. Gebruik de snelkoppelingen en/of
de flexibele hydraulische slangen niet als hand-
greep voor transport. Indien nodig kan een geschikt
hijswerktuig worden gebruikt.
Indien de omgevingsomstandigheden tijdens trans-
port sterk afwijken van de omgevingsomstandighe-
den die zijn voorgeschreven voor het gebruik van
het apparaat, mag de hydraulische pomp niet me-
teen worden gebruikt. De hydraulische pomp moet
onder de voorgeschreven omgevingsomstandighe-
den worden opgeslagen en gebruikt. Ongeschikte
omgevingsomstandigheden brengen bovendien de
gezondheid van het bedieningspersoneel in gevaar.
De pomp moet worden beschermd tegen brand,
hitte en lasspatten.
Vereiste omgevingsomstandigheden:
Luchtvochtigheid maximaal 65%, niet
v
condenserend;
Geen chemisch agressieve omgeving;
v
www.schaeffler.de
M1 M2 M3 M4 M5
Temperatuur:
v
– handpompen van +5 °C tot +40 °C;
– voetpomp (door perslucht aangedreven pomp)
van +5 °C tot +35 °C;
Schone omgeving.
v
Opslag
Alle aansluitingen dienen te worden voorzien van
geschikte beschermkappen. Als de hydraulische
pomp met een volle olietank wordt opgeslagen,
moet de opslagplaats op een veilige afstand van
warmtebronnen en mogelijk oxiderende stoffen lig-
gen. De opslagplaats moet voldoende geventileerd
worden en de temperatuur moet tussen +5 °C en
+30 °C liggen.
Als de voetpomp meer dan 60 dagen niet wordt ge-
bruikt, moet deze enkele minuten onbelast draaien
voordat deze in gebruik wordt genomen. Het nege-
ren van deze instructies kan leiden tot schade,
omdat de kogels in de pomp kunnen gaan vastplak-
ken.
Pneumatische aansluiting
De voetpomp PUMP1000-5L-AIR wordt aangedreven
door perslucht. De vereiste voorwaarden voor de
persluchtaansluiting zijn:
Luchttoevoer:
500 l/min (luchtbehandelings-
v
unit gebruiken, olienevelaar niet nodig)
Druk p
: 2,8 tot 8,5 bar (p
v
AIR
Aansluiting: Schroefdraadaansluiting G ⁄ (BSP).
v
Draai de pneumatische aansluiting zorgvuldig vast
om beschadigingen te voorkomen. Voor sommige
toepassingen moet de startdruk exact worden inge-
steld. Daarvoor moet een smoorvoorziening worden
aangebracht in de luchttoevoer van de door pers-
lucht aangedreven voetpomp.
Bedrijfsdruk
De hydraulische pomp mag hooguit met de maxi-
maal toegestane bedrijfsdruk p
bruikt, zie typeplaatje en technische gegevens
u36. In geen geval mag de maximaal toegestane
bedrijfsdruk van de hydraulische pomp, de hydrau-
lische slang of de aangesloten verbruiker worden
overschreden. Gevaar door barsten!
De manometer moet tijdens bedrijf voortdurend
worden geobserveerd.
Normaal bedrijf
Controleer voorafgaand aan de montage of de hy-
draulische slang correct is aangesloten. Gebruik de
slangborgingen om te voorkomen dat de hydrauli-
sche slang onder druk wegschiet.
Wanneer de hydraulische pomp in gebruik is, mag
er onder geen enkele voorwaarde hydraulische olie
worden bijgevuld. Onderdelen zoals het aftapven-
tiel kunnen door de beweging van de pomp
)
AIR max
worden ge-
max
BA 54
29