m
LET OP:
•
Als meerdere afslaglijsten met normaal gesloten contact
worden gebruikt, moeten de uitgangen in serie aangesloten
worden.
•
Als meerdere afslaglijsten met geleidend rubber worden
gebruikt, moeten de uitgangen in cascade aangesloten
worden en enkel de laatste moet eindigen op de nominale
weerstand van 8,2Kohm.
Sluitingang
Om de ingang als sluitcommando te gebruiken is het noodzakelijk
SiC = cloS
om de parameter
Sluit een normaal geopende knop aan op de terminals L5 en L6
L11
L10
L9
L8
L7
L6
L5
8.6 - UITGANG KNIPPERLICHT /
CONTROLELAMP
De PD22 centrale beschikt over een configureerbare uitgang
voor lichten van 24Vdc-3W, die kan gebruikt worden voor de
aansluiting van een knipperlicht of een controlelamp.
C
De ingang is standaard geconfigureerd als knipperlicht
SPiA
FLSh
(parameter
=
Om de uitgang als controlelamp te configureren, de
instellingen van de parameter
Het knipperlicht wordt tijdens de opening en sluiting met dezelfde
knipperfrequentie geactiveerd, terwijl de controlelamp op
2 Hz knippert tijdens de opening, 4 Hz tijdens de sluiting en vast
aanblijft tijdens de pauze.
De kabels met de klemmen L10 (+) en L11 (-) van de centrale
aansluiten.
-
+
L11
L10
L9
L8
L7
L6
8.7 - BIJVERLICHTING
ATRIS is voorzien van een ingebouwde bijverlichting die tijdens
de opening en sluiting ingeschakeld blijft. De tijd kan ingesteld
LUCi
worden via de parameter
OPMERKING: als de automatische sluiting actief is blijft de
bijverlichting aan tijdens de volledige pauze en begint te
knipperen gedurende de laatste 20 seconden, vóór het sluiten.
Naast het knipperen tijdens de laatste 20 seconden vóór de
sluiting, wordt ook een BIP uitgezonden.
te configureren
L4
L3
L2
L1
).
SPiA
wijzigen.
L5
L4
L3
L2
L1
(standaard = 1 minuut)
8.8 - ANTENNE
ATRIS wordt geleverd met een reeds aangesloten interne antenne.
Als het radiobereik niet voldoende is, moet de externe antenne
code 19A001 gebruikt worden.
Verwijder de interne antenne, aangesloten op de klem L1
Sluit de warme pool van de externe antenne met de klem
L1 (ANT) van de centrale aan en de kous met de klem L2 (ANT-)
L11
L10
L9
L8
L7
8.9 - VOEDING
De centrale moet door een stroomtoevoerlijn 230V-50Hz
gevoed worden, beschermd door een thermomagnetische
differentiaalschakelaar, conform met de normen.
Sluit de stekker van het apparaat met de elektrische lijn aan.
8.10 - VOEDING MET BATTERIJ
Als u wilt dat het apparaat ook in geval van
stroomonderbrekingen werkt, kunt u de B-PACK bufferbatterij
(code accessoire 161212) of het ECO-LOGIC systeem (code
28A034) aansluiten.
De connector van de B-PACK bufferbatterij of van het ECO-LOGIC
systeem met de BATTERY klemmen van de centrale aansluiten.
m
LET OP: als de voeding van een batterij of van
ECO-LOGIC wordt gebruikt, moet de functie ENERGY
SAVING geactiveerd worden (parameter
8.11 - ONTVANGER MET AANSLUITING
De centrale PD22 is toegerust voor de aansluiting van een
ontvanger van de MR reeks met buitengewoon gevoelige
superheterodyne architectuur (multiconversie).
De ontvangstmodule MR beschikt over 4 kanalen en met elk
kanaal is een commando van de centrale aangesloten:
g
• KANAAL 1
START
g
• KANAAL 2
GEDEELTELIJKE OPENING VOOR VENTILATIE
g
• KANAAL 3
STOP
g
• KANAAL 4
INSTAPLICHTEN
OPMERKING: Voor de programmering van de 4 kanalen en
werkingslogica aandachtig de instructies lezen in de bijlage van de
MR ontvanger.
- 145 -
L6
L5
L4
L3
L2
L1
En.SA
Si
=
)