Dual CT 1740 Instrucciones De Manejo página 15

eventueel nog de toets CLOCK te lossen is, door deze nogmaals
in te drukken.
Keuze van de zender en het golfgebied
Door indrukken van de toets FM of AM kiest u het overeen-
komende ontvangstgebied.
FM
=
87,50 — 104 MHz
Ultra korte golf gebied
AM
=
513 — 1602 kHz
Middengolf gebied
De hifi-tuner beschikt over een nauwkeurige kwarts-gesynch-
roniseerde afstemeenheid. Deze maakt het mogelijk, de zender-
frequentie nauwkeurig in te stellen. Daartoe heeft het apparaat
i.p.v. een afstemschaal een vijf-cijferige digitale frequentie-aan-
duiding.
Voor de keuze van een FM-zender worden de toetsen FM en
MAN ingedrukt. Bevindt het gewenste station zich — in mega-
hertz — boven de nu verschenen frequentie, dan bedient u de
toets TUNING
UP, totdat de gewenste frequentie verschijnt.
In het andere geval — de gewenste frequentie ligt lager dan die
nu wordt
aangegeven
bedient
u overeenkomstig
de toets
TUNING DOWN.
Wordt de toets TUNING
QUICK tegelijk met ofwel de toets
TUNING UP, dan wel de toets TUNING
DOWN
ingedrukt, dan
beweegt de frequentie-aanduiding op de uitlees-schaal zich snel
naar hogere dan wel lagere frequenties.
Korststondig indrukken van de toets TUNING UP of TUNING
DOWN laat een frequentie-wisseling zien van 50 kHz (= 0,05 MHZ).
"deze stappen zijn in overeenstemming
met internationale nor-
mering van het frequentie-gebied voor FM-zenders. De exacte
zenderfrequenties zijn in de programmabladen aangegeven, of
uit het bijgevoegde blad te kiezen.
Voor een nauwkeurige en vervormingsvrije instelling van een
FM-zender dienen naast de digitale frequentie-aanduiding ook
de aanduidingen SIGNAL en CENTER
TUNING. Zij veroor-
loven een juiste beoordeling van de afstemming. De aanduiding
SIGNAL geeft het niveau van het inkomende signaal aan — en
wel
met een
logarithmische
karakteristiek.
Daardoor
is het
mogelijk een draaibare dak-antenne op maximale ontvangst in
te stellen. Hoe meer lichtdioden oplichten, hoe sterker het sig-
naal is. De aanduiding CENTER TUNING toont bij FM-weergave
aan, of de zender-instelling correct is. Is dit het geval, dan zal
de groene lichtdiode dat aangeven.
De instelling van AM-zenders op het middengolf gebied gebeurt
op dezelfde wijze. Uiteraard worden
dan de toetsen AM en
MAN
ingedrukt. De frequentie-aanduiding vindt plaats in stap-
pen van 1 kHz.
M SCAN/automatische zender-instelling
Met de zender instel-automaat (FM SCAN) is uw apparaat in
«aat een zender, met voldoende antennespanning aan de ingang
van uw apparaat, zelf op te zoeken.
Wordt de toets FM SCAN DOWN bediend, dan gaat de frequen-
tieaanduiding automatisch naar de dichtstbij gelegen zender
met een lagere dan de aangegeven frequentie — en wordt daarna
vastgehouden. Wilt u de daarnaast gelegen zender horen met
een lagere frequentie, dan drukt u de toets FM SCAN DOWN
opnieuw in. Druk deze toets altijd slechts korststondig in.
Voor zenders boven de ingestelde frequentie dient de toets
FM SCAN UP kortstondig te worden ingedrukt.
Programmering van de voorkeuze toetsen
Uw hifi tuner biedt de mogelijkheid op elk van de voorkeuze
toetsen een zender van zowel het FM gebied als een zender van
het AM gebeid (middengolf) vast te programmeren.
De omschakeling van een voorkeuze toets op afstemming met
de hand gebeurt door indrukken van toets MAN.
Bij een langer durende uitval van de netspanning vervalt de pro-
grammering
van
de zender-voorkeuze
toetsen
automatisch.
Herhaal in dat geval de afstemming, als hiervoor beschreven.
STEREO TRIGGER
De tuner heeft een elektronische schakeling, die de stereo uit-
zendingen automatisch
op mono doet overschakelen wanneer
het antennesignaal een bepaalde waarde niet bereikt. De MODE
schakelaar behoeft daartoe niet op MONO te staan.
Het omschakelpunt kan met de draairegelaar STEREO TRIGGER
naar wens worden gekozen.
Is de regelaar geheel rechtsom gedraaid, dan worden alle zenders
met een sterkte van meer dan 10 uVolt stereofonisch weerge-
geven. Linksom gedraaid slechts die met een signaal sterker dan
280 uVolt.
Stel de regelaar zodanig in, dat omschakeling
plaatsvindt bij
zenders die niet ruisvrij zijn te ontvangen.
De aanduiding
SIGNAL helpt u de ontvangst-kwaliteit te kunnen beoordelen.
Staat de MODE-schakelaar op MONO dan is stereo radio-weer-
gave uitgesloten.
MUTING-schakelaar/MUTING TRIGGER
Bij FM is een stil-schakeling werkzaam, die het ruisen tussen de
zenders, maar ook te zwakke zenders, onderdrukt.
De werking van de stil-schakeling kunt u zelf bepalen, indien u
de schakelaar MUTING op ON zet en de draairegelaar MUTING
TRIGGER
zover naar rechts draait, dat ruisende zenders net
niet meer worden ontvangen.
Staat de schakelaar in de stand OFF, dan worden alle te ont-
vangen zenders hoorbaar.
CLOCK/tijdsaanduiding
Voor het zichtbaar maken van de tijdsaanduiding wordt de toets
CLOCK ingedrukt. Dat kan ook tijdens radio-weergave geschie-
den. Wanneer het apparaat is uitgeschakeld (d.w.z. de POWER-
schakelaar
is niet
ingedrukt)
blijft de tijdsaanduiding
inge-
schakeld.
Voor het instellen van de juiste tijd worden de toetsen SET
HOURS, resp. SET MIN. bediend. Door het gelijktijdig indruk-
ken van de toetsen SET en HOURS, resp. SET en MIN kan de
aanduiding voor de uren, resp. de minuten worden gevarieerd.
De punt tussen de uren en de minuten aanduiding licht in een
secondentitme op.
Een kortstondige uitval van de netspanning (niet langer dan ca.
3 sec) wordt
door een
elektronische
schakeling
overbrugd.
Een langere uitval doet de instelling van de tijdsaanduiding te
niet. Wanneer opnieuw netspanning op het apparaat aanwezig
is en de POWER-toets ingedrukt, dan telt de klok vanaf 00.00
verder. De tijd die aldus wordt aangegeven is willekeurig en
moet derhalve opnieuw worden ingesteld.
RECORD TEST
Wanneer de schakelaar RECORD TEST in de stand ON staat,
geeft de tuner een durend testsignaal af, waarvan
de sterkte
met de regelaar OUTPUT LEVEL kan worden beinvloed.
Met het testsignaal kan derhalve de uitsturing van een band-
apparaat voor opname worden voor-ingesteld. Daarmee is het
zeker, dat een bandopname daarna niet overstuurd kan worden
bij radio-opnamen.
Let u er op,dat behalve het testsignaal ook de uitgangsspanning
van het normaal funktionerende apparaat kan worden beinvloed.
Na instelling van de bandopname mag aan deze regelaar dus
niet meer worden gedraaid tijdens de opname.
MPX-FILTER
Om de 19 kHz piloottoon effektief te onderdrukken, zet u op
FM de schakelaar op ON, hetgeen speciaal bij bandopname aan
te bevelen is.
OUTPUT LEVEL
Met deze regelaar is het uitgangssignaal van de tuner regel- .
baar op de uitgangen van de tuner. Zie daartoe ook paragraaf
"Aansluiten aan de versterker".
15
loading