het zeef trekken en het ca. 30°
draaien. Pak het zeef echter uits-
luitend aan de rand vast, omdat
door de messen in het zeef ver-
wondingsgevaar bestaat.
6.
Verwijder de sap-opvangschaal en
de pulpcontainer.
REINIGING EN ONDERHOUD
Wij raden u aan om het apparaat meteen na het gebruik te reinigen. Ingedroogde
vezelresten laten zich anders maar heel moeilijk verwijderen.
Attentie: Het rvs zeef is scherp
– verwondingsgevaar!
Schakel het apparaat uit door
de schakelaar op „0" te zetten.
Wacht totdat er geen sap meer
uit het apparaat komt en het
rvs zeef niet meer draait.
Trek de stekker uit het stop-
contact.
1.
Haal het apparaat uit elkaar, zoals
beschreven in het hoofdstuk „Uit
elkaar halen".
2.
Verwijder de pulp uit de pulpcon-
tainer en de vezelresten uit de
sap-opvangschaal.
3.
Reinig alle delen (behalve het
motorblok) in warm water waaraan
u een beetje afwasmiddel toege-
voegd heeft. Het zeef kunt u met
een normaal in de handel verkri-
jgbare afwasborstel van kunststof
goed reinigen. Pak het zeef ech-
ter uitsluitend aan de rand vast,
zodat u zich niet aan de scherpe
messen snijdt. Zorg ervoor dat het
zeef helemaal vrij wordt gemaakt
7.
Maak de pulpcontainer leeg. Hier-
voor kunt u gebruik maken van
een afwasborstel.
8.
Verwijder eventuele vezelresten
uit de sap-opvangschaal.
van vezelresten, zodat u ook in de
toekomst goed sap kunt maken.
Zonodig kunt u het zeef ook in
water laten weken.
4.
Gele verontreinigingen laten zich
gemakkelijk afvegen met een stuk
keukenpapier dat u in eetbare olie
heeft gedrenkt.
5.
Veeg het motorblok af met een
vochtige doek.
6.
Veeg de aandrijving ook regelma-
tig met een vochtige doek af.
7.
Gebruik nooit scherpe schuurmid-
delen, staalwol, metalen voorwer-
pen, hete schoonmaakmiddelen
of desinfecterende middelen.
8.
Het apparaat en de aansluitstek-
ker moeten volkomen droog zijn,
voordat het apparaat weer gebru-
ikt kan worden.
9.
Berg de volledig droge en weer in
elkaar gezette sapcentrifuge op
een droge en veilige plaats op, om
het apparaat tegen stof, stoten,
hitte en vocht te beschermen.
49